Woensdag 22 februari 2006, De Gelderlander

Het zweeft door de lucht en het is tachtig jaar...

Door JAN WIENHOLTS

In de rugzak van Hans Hekking (80) zitten onder meer 2600 emmers zand, twee lieve vrouwen, heel weinig eten en haast ontelbare uren in zweefvliegtuigen. Dit jaar is hij vijftig jaar lid van de Zweefvliegclub Deelen. Zodra het voorjaar zich aandient, zweeft deze Arnhemmer. GEBROEDERS HEKKING

“De zaak in kachels, fornuizen, brandkasten en huishoudelijke artikelen aan het Nieuwe Plein. Ik ben erboven geboren in 1926 als oudste van drie zoons. Het bedrijf zat al sinds 1795 in de familie. Mijn voorouders zijn begonnen met wapens, hebben ze mij verteld. In 1978 moesten we noodgedwongen de winkel sluiten. De Roermondspleinbrug werd aangelegd en de herinrichting van het plein maakte onze winkel vrijwel onbereikbaar. Het werd er heel lelijk. De bomen en grasperken maakten plaats voor beton. En daarna werd die prachtige Eusebiuskerk ook nog eens gesloopt. Dood- en doodzonde. Ik heb vaak met tranen in de ogen gekeken hoe alle moois verdween.”

NSB’ER

“In 1944 evacueerden we naar Apeldoorn en daar werd ik door de Duitsers opgepikt en tewerkgesteld in het Duitse Rees. Ik moest loopgraven graven. Koud was het en er was nauwelijks te eten. Een dikke maand voor de bevrijding ben ik tijdens het terugmarcheren in een onbewaakt ogenblik in een mestkuil gedoken. Toen het donker werd, vluchtte ik de grens over. Na dagen lopen, werd ik bij Dieren herkend door een NSB’er uit Apeldoorn. Nota bene hij gaf me een fiets en bracht me terug naar mijn ouders. Toen ik aanbelde, herkende mijn moeder me niet eens omdat ik zo vermagerd was. Ik zat ook onder de luizen.”

PILOOT

“Op mijn tiende heb ik van planken een vliegtuig gebouwd, waar mijn jongste broer precies in paste. Het gevaarte wilde ik vanuit een boom laten zweven. Toen het eenmaal af was, kon ik het niet naar boven tillen. Voor piloot, mijn jongensdroom, werd ik jammer genoeg afgekeurd. Vanwege mijn ogen. Na een vrijwel weggegooid jaar weg- en waterbouw in Delft, waar mijn hart totaal niet lag, ben ik bij mijn vader in de zaak gaan werken. Met veel plezier. Alle vrije uren besteedde ik aan modelvliegtuigen en zweefvliegen. Ik had tot mijn dertigste af en toe een meisje, maar dat duurde nooit lang. Vliegen was mijn eerste passie.”

RIET EN NELLIE

“In 1960 ben ik met Riet getrouwd en we kregen samen een dochter. Riet was een lieve vrouw, zo gezond als een vis. Op een avond in 1990 kreeg ze last van keelpijn. Ik mocht er van haar geen dokter bijhalen, maar midden in de nacht vroeg ze daar zelf om. De dokter kwam te laat en had er ook niets aan kunnen doen. Ik heb sectie laten verrichten omdat het allemaal zo snel en onverwacht ging. Nooit geweten dat je aan acute keelontsteking dood kunt gaan. Het kan ontstaan door mest van vogels. Riet was stapelgek op vogels.

Ik gun iedereen het grote geluk dat Nellie en ik op late leeftijd bij elkaar hebben gevonden. Een weduwe en een weduwnaar. Het is vrijwel uniek dat je op onze leeftijd nog zo’n goede en lieve partner vindt. We boffen. Hebben veel gereisd. Amerika is onze favoriete bestemming. Nellie gaat ook altijd mee zweefvliegen.”

MAAG

“Vlak voor mijn veertigste jaar kreeg ik maagklachten. Tenminste dat dacht ik. De doktoren verlegden de maagingang, maar dat hielp niet. Later bleek ik vol galstenen te zitten. Sinds de operatie bekomt eten me niet goed. Ik ontbijt niet omdat ik van één hap eten op dat tijdstip al ziek word. Tussen de middag een half sneetje brood, maar daar word ik vaak ook beroerd van. Het avondeten kan ik gek genoeg weer wel prima verdragen.”

KELDER

“Ik heb veel hobby’s. Met mijn handen werken vind ik heerlijk, maar in het huis aan de burgemeester Weertsstraat, waar we in 1978 gingen wonen, was weinig ruimte. Het huis was op gemetselde bogen bebouwd. Een half jaar lang heb ik zeven dagen in de week het zand tussen die bogen met een schepje uitgegraven. Na 2600 emmers zand had ik een kelder op huisbreedte van twintig meter lang. Ik timmer er graag. Net als hout- en metaaldraaien. Iedere dag in de winter ben ik er te vinden, maar zodra het lente wordt, ga ik naar Deelen om te zweefvliegen. Ik heb inmiddels 16.000 starten gemaakt. Het gevoel dat je hoog in de lucht in volkomen stilte ervaart, kan ik niet in woorden vatten. Zo fantastisch is het.”

MEEST BIJZONDERE PLEK IN DE STAD


“Ondanks alle lelijkheid toch het Nieuwe Plein. Ik heb er de mooiste herinneringen liggen. Speelde er altijd op straat, leerde er fietsen en was heel, heel gelukkig. Op nummer twee staat Terlet.”

WIL NOG

“Heel lang leven samen met Nellie in goede gezondheid en genieten van ‘onze’ kinderen en kleinkinderen. Van reizen, van zweefvliegen en vooral van elkaar.”

terug