Logo Zweefvliegclub Deelen


Begin van een vliegdag bij de ZC Deelen

Een dag vliegen begint om 9.00 uur 's ochtends in de kantine van onze hangaar. Na de koffie worden de zweefvliegtuigen, toren, lier en trekker naar het veld gebracht. Aan de hand van de weersverwachting en windrichting wordt een startstrip uitgekozen. Op de vliegbasis Deelen beschikken we over strips in vier richtingen; noord, zuid, oost en west. Zodoende kan altijd zo recht mogelijk tegen de wind in worden gestart en geland.

Gemaakt in de lucht achterin het lesvliegtuig van ZC Deelen, foto: Jeroen Groenveld PH-1345 D5 ASK-21, foto: Jeroen Groenveld


Op het veld

Op het veld geeft de instructeur een briefing. Tijdens de briefing wordt het weer en aandachtspunten besproken. Gemiddeld zijn erop een vliegdag ongeveer 15 tot 20 vliegers aanwezig. Dit houdt in de praktijk in dat iedereen 2 tot 5 vluchten op een dag kan maken. Op een mooie dag wordt het rond het middaguur thermisch. Als het de vlieger lukt om in een thermiekbel te komen, kan de vlieger lang vliegen. Meestal wordt er een maximale vluchtduur aangehouden van één uur, zodat de anderen ook nog kunnen vliegen. Indien het weer het toelaat wordt er tot 's avonds 18.00 uur gevlogen. Bij genoeg animo wordt er tot zonsondergang doorgevlogen (het is niet verplicht om te blijven tot zonsondergang).

Zweefvliegtuig bij avondzon, foto: Jeroen Groenveld Zweefvliegtuigaanhanger wordt gesloten aan het eind van vliegbedrijf, foto: Jeroen Groenveld


Einde vliegbedrijf

Zodra het vliegbedrijf is afgelopen en alles weer in de hangaar staat, bestaat er de mogelijkheid om naar de bar te gaan. Vlak bij de ingang van de vliegbasis is onze bar gevestigd, met daaraan de vliegtuigwerkplaats. Soms wordt er chinees gehaald of gaat er een groep uit eten.


Organisatie

De vluchten worden ingedeeld aan de hand van een startvolgordelijst, je vliegt om de beurt. Voor het buiten en weer binnen zetten van de vliegtuigen zijn tenminste 8 tot 10 leden nodig. Ook het vliegbedrijf zelf vereist de inzet van meerdere personen. Om één persoon een vlucht te kunnen laten maken is het nodig dat er iemand de lier bedient, de kabeltrekker rijdt, de vleugeltip vasthoudt bij de start, de startlijst invult en het zweefvliegtuig na de landing weer op zijn plaats zet voor de volgende vlucht. Daarom zijn er afspraken gemaakt over de tijden van aankomst en naar huis gaan.

Kabels worden uitgereden met de trekker, op de achtergrond is de lier te zien (geel), foto: Jeroen Groenveld Zweefvliegtuig vanuit starttoren gezien, foto: Jeroen Groenveld


Zweefvliegclub Rotterdam

Naast Zweefvliegclub Deelen vliegt de Rotterdamse Zweefvliegclub op Deelen. Vroeger vlogen zij op vliegbasis Ypenburg bij Delft. Echter in 1991 werd de vliegbasis gesloten. Na eerst een paar jaar op Woensdrecht te hebben gevlogen, zijn ze op Deelen terecht gekomen. Sindsdien is er een gezamelijk vliegbedrijf; we delen de lieren en startmiddelen. De samenwerking is erg goed tussen de twee clubs, zelfs zo goed dat er gezamelijk activiteiten worden georganisseerd, zoals een clubwedstrijd en feesten.

terug naar de vorige pagina